woensdag 2 maart 2011

"Onze Goden"

Weg!
Weg van de gekte.
Weg uit de steeds sneller draaiende draaikolk van het leven, die je uiteindelijk doldraait, jou jezelf laat verliezen, zodat je toch maar toegeeft en je leven niet langer in handen hebt, maar meedraait in de draaikolk waar je noch het begin noch het einde van ziet.
De moderne wereld noemen we dat.
"Beschaving".
Beschaving die gebouwd wordt over de ruggen van 2/3e van de wereldbevolking.
Wij bezitten 80% van de bronnen, waarvan we er vele ons eigen hebben gemaakt in een duister verleden.
Waarvoor we oorlogen begonnen en gesticht hebben.
Volkeren tegen elkaar opgezet.
Complete genociden zijn ons niet vreemd.
We houden volkeren dom, geven ze net genoeg om zich niet te kunnen verzetten.
Vele verhongeren, zodat wij onze "beschaving" voort kunnen zetten.
En als zij dan enig punt van beschaving bereiken dan zijn wij er als de kippen bij om ze onder de noemer democratie mee te trekken in onze draaikolk van de marktwerking.
Alles voor de economie!
Levens doen er niet meer toe, mensen zijn enkel nog gereedschap om het economische doel te verwezenlijken.

Ik stop even en neem Mn omgeving in me op.
Geruis van de bomen.
Een mereltje dat druk met Zn snaveltje de grond afspeurt op zoek naar iets eetbaars of nestmateriaal.
Ik loop nog een stukje verder en zie een mooi open plekje achter wat struiken, alwaar een dikke esdoorn me uitnodigt om zijn mooie dikke stam, omringt door lekker zacht mos te mogen gebruiken als steun om heerlijk in weg te zakken.
Ik zet me neer, neem een diepe zucht en laat het mooie plaatje dat ik nu heb op me inwerken.
Rust.

Een zeldzaam goed in onze beschaving, rust.
Om in onze beschaving nog rust te krijgen, moet je daarvoor naar speciale plaatsen.
Speciale cursussen heeft men er zelfs al voor.
Onthaasten van de haast die we zelf gecreƫerd hebben.
We moeten sneller, beter en meer en meer vergaren anders tellen we niet mee.
In het proces verliezen we wel onszelf, maar het gaat goed met onze economie en met ons dus ook.
We verworden tot zielloze wezens, niet langer trouw aan de ziel, maar aan de marktwerking en de economische resultaten die we boeken en beoordelen onszelf daarop.
Zo hebben we onszelf uitgeroepen tot de goden van deze wereld.
Goden met een Vetorecht.
Al denkt de hele wereld er anders over, als het een van onze goden schaad, zullen zij hun vetorecht misbruiken.
Sterker nog, ze vallen binnen, vernietigen de totale infrastructuur, vermoorden de gevestigde orde en verruilen die voor hun eigen mensen, zodat men rustig verder kan gaan met het plunderen van de bronnen van dat volk.
In elke andere wereld waren we demonen geweest, maar niet hier.
Wij aanbidden onze goden.
We hebben ze zelf verkozen.
In wat wij dan democratie noemen.
Je mag er 1 maal in de 4 jaar 1 uitkiezen, waarna je voor vier jaar aan de grillen van die God bent overgeleverd.
Zo geeft men ons het idee dat we kunnen kiezen.
Het is namelijk elke keer dezelfde god, maar in een ander jasje.
We hebben maar een god, de god van het Ego, hebzucht en macht.
Hij bepaalt of het goed of slecht met ons gaat en de mensen die wij kiezen zijn niet meer dan zijn marionetten die hij de illusie geeft dat zij hem zijn.
Hij zuigt ze leeg tot op het bot.
Hun ziel in zijn handen, die hij uitwringt tot er niets meer uitkomt en dan zijn ze tot de eeuwigheid verdomd.

Een hond komt nietsvermoedend bij de struiken snuffelen, ruikt waarschijnlijk de urine van een eerdere hond en plast daar zorgvuldig weer overheen om verstijft van schrik te blijven staan als hij mij ziet zitten.
Zijn instinct draait op volle toeren.
Wat zal hij doen, vluchten of verder gaan?
Hij blaast wat lucht door zijn lippen om deze alvast los te hebben voor het geval hij dadelijk alarm moet slaan, maar blijft toch dapper staan.
Ben je geschrokken, zeg ik met een zachte lichte stem?
Meteen begint Zn staart te kwispelen en komt hij met Zn hoofd onderdanig gebogen naar me toe, hij heeft gezien dat het goed is, drukt Zn hoofd tegen me aan en geeft me een lik in Mn gezicht.
Ik aai hem over Zn bol en hij gaat gewillig liggen in het mos, om weer op te springen naar het horen van een fluit gevolgd door zijn naam.
Hij kijkt mij aan en ik laat blijken dat hij inderdaad moet gaan, geef hem nog een aai en zeg dat hij naar zijn baasje moet gaan.
Hij geeft me nog een lichte blaf, kwispelt nog eens met Zn staart en spurt terug naar zijn baasje.

Zoals die hond lopen we blindelings achter ons baasje aan, die ons een bot voorhoudt die we nooit zullen krijgen zolang we ons baasje volgen, want die houdt ie zelf om ons te manipuleren en af te leiden, zodat we niet zien dat we zelf die bot al hebben, het ons natuurrecht is;
Vrijheid, liefde en mededogen en niemand die je dat af kan pakken.
Ze kunnen mijn lichaam hebben, maar mijn ziel is onaantastbaar en eeuwig vrij.
Wat onze "goden" ons voorhouden hebben we dus al en het zijn juist hen die ons proberen te vangen met hun zgn. bot van vrijheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen